OAB in het Onderwijs

Zowel gemeenten als schoolbesturen met basisscholen krijgen OAB-middelen van het Rijk. Het onderwijsachterstandenbeleid kan gemeentebreed versterkt worden als onderwijs, kinderopvang en andere relevante maatschappelijke partners met elkaar samenwerken. De gemeente kan daar een verbindende rol in spelen.

Achterstandsscores en middelen basisscholen

Voor de verdeling van het onderwijsachterstandenbudget maakt het ministerie gebruik van de onderwijsachterstandenindicator, ontwikkeld door het CBS. Met deze indicator berekent het CBS op basis van achtergrondkenmerken zoals opleidingsniveau van ouders en herkomstland, voor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar en voor alle basisschoolleerlingen een achterstandsscore.
De scores van alle kinderen van een school samen vormen de achterstandsscore van een basisschoolvestiging. Het ministerie gebruikt deze scores om het onderwijsachterstandenbudget te verdelen. Scholen met een score boven een bepaalde drempel ontvangen OAB-middelen in de lumpsum (via het schoolbestuur). Op deze pagina vind je meer informatie en kun je de scores per gemeente terugvinden.

Wat moet

Scholen zijn primair verantwoordelijk voor het onderwijsachterstandenbeleid in het basisonderwijs en krijgen de OAB-middelen in de lumpsum. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie en krijgen de middelen als geoormerkte subsidie waarover ze apart moeten verantwoorden. Wanneer gemeenten OAB-middelen overhouden nadat er voldoende ve-plekken zijn gerealiseerd, dan mogen ze die middelen aanvullend op de OAB-middelen van de scholen ook inzetten voor OAB in het basisonderwijs (maar dat hoeft niet).

Wat moeten scholen en gemeenten dan samen doen in het kader van OAB? Gemeenten en het bevoegd gezag van scholen en kinderopvang moeten tenminste jaarlijks overleggen. Het doel hiervan is om gezamenlijk afspraken te maken over het bevorderen van integratie, het voorkomen van segregatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en het afstemmen van de inschrijvings- en toelatingsprocedures. Het is de bedoeling dat deze afspraken zoveel mogelijk meetbare doelen bevatten.

In het kader van onderwijsachterstandenbestrijding dienen er afspraken gemaakt te worden over:

  • het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie (Doelgroepdefinitie vve).
  • de wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar voorschoolse- en vroegschoolse educatie (Handreiking bereik ve verhogen).
  • de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie. 
  • de resultaatafspraken van vroegschoolse educatie (WPO Artikel 160).

Naast het verplichte jaarlijkse overleg, kunnen gemeenten, scholen en ve-aanbieders intensiever met elkaar samenwerken om het OAB-aanbod verder te ontwikkelen en verbeteren. Bijvoorbeeld in een werkgroep vve of OAB.

Wat werkt?

Er zijn verschillende websites waar effectieve aanpakken voor onderwijsachterstanden bij elkaar zijn gebracht, zoals:

  • Onderwijskansen | Onderwijskennis. Op deze website van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek wordt wetenschappelijke kennis over onderwijsachterstanden vertaald voor de praktijk in onder andere guidance reports, leidraden en podcasts.
  • De menukaart NPOnderwijs van het ministerie van OCW: een uitgebreid overzicht van aanpakken voor het inlopen van onderwijsachterstanden, met daarbij een maat voor het effect en de sterkte van het bewijs voor dat effect.
  • Databank Effectieve Jeugdinterventies. Programma's voor steun en hulp bij opgroeien en opvoeden, die beoordeeld zijn door een onafhankelijke erkenningscommissie.
  • Education Endowment Foundation: een Britse website die als voorbeeld is gebruikt voor de Menukaart NPOnderwijs. De informatie op deze website is nog uitgebreider en veelomvattender dan bovenstaande websites. Let op: of een interventie wel of niet werkt is mede afhankelijk van de context. Bedenk goed of een aanpak die op de website wordt beschreven logisch gezien ook in jouw context kan werken.
  • Education Lab: een onderzoeksnetwerk dat werkt aan wetenschappelijke kennis en handige hulpmiddelen voor de praktijk, zoals praktijkkaarten.

Hoe doen anderen het?

In de Inspiratiegids Samenwerken aan OAB in het onderwijs worden praktische handvatten gegeven. Naast de inspiratiegids is er een groot aanbod aan duurzame aanpakken, nieuwe initiatieven en recente publicaties waar gemeenten, scholen en ve-aanbieders gebruik van kunnen maken. Hieronder volgt een overzicht, gerangschikt naar leeftijd en/of thema.

Voorschoolse educatie en de overstap naar de basisschool

Vroegschoolse educatie (groep 1 en 2)

Extra aanbod op de basisschool

Sommige leerlingen in het basisonderwijs kunnen baat hebben bij een extra (taal)aanbod tijdens of na school. Hieronder volgt een overzicht van initiatieven en aanpakken die scholen kunnen inzetten en/of ontwikkelen:

  • Schakelklassen: tijdelijke klassen onder of na schooltijd voor kinderen die, als ze het Nederlands beter zouden beheersen, wellicht beter gaan presteren.
  • Zomerscholen en verlengde schooldag: extra aanbod na schooltijd of in de zomervakantie, doorgaans voor kinderen die van huis uit minder kansen krijgen. Vaak gaat het om een combinatie van extra taal- en/of rekenaanbod en creatieve en sportieve activiteiten. 
  • Het programma School en Omgeving van het ministerie van OCW. Scholen bieden in samenwerking met de gemeente en lokale partijen activiteiten buiten het reguliere schoolprogramma aan, zodat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Met deze activiteiten leren leerlingen waar ze goed in zijn, om op zichzelf te bouwen en de wereld te ontdekken.
  • Ouderbetrokkenheid: als ouders hun kinderen positief met belangstelling ondersteunen bij hun schoolloopbaan, kan dat bijdragen aan betere schoolresultaten. Educatief partnerschap tussen school en ouders helpt daarbij. Ook zijn er verschillende programma’s die ouderbetrokkenheid bij de taalontwikkeling van hun kind versterken zoals Thuis in Taal, Logo 3000, VVE Thuis, Bereslim en de Stapprogramma’s (gezinsgerichte stimuleringsprogramma's).

Taal- en leesstimulering

Sommige gemeenten hebben een gezamenlijke, gemeentebrede aanpak voor taal- en leesstimulering. Stichting Lezen heeft daarvoor 'De doorgaande leeslijn’ gepubliceerd, waarin leesmotivatie en leesplezier centraal staan.   

Sinds 2020 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak van laaggeletterdheid. Daaronder vallen de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van een aanpak waarin laaggeletterden worden gevonden en opgeleid. Vanaf 2025 hebben de gemeenten de regierol over de aanpak van laaggeletterdheid en daarmee ook over de gezinsaanpak. Dat de gemeenten deze rol pakken is belangrijk: juist de gezinsaanpak vraagt om een goed aangestuurde netwerksamenwerking van de verschillende lokale partners. Voorbeelden zijn: Taalschatten, BoekStart-BoekenPret, Bibliotheekopschool, VoorleesExpress, en het Enschedese Praten met Pim en Waalwijk Taalrijk.

Aanpak laaggeletterdheid in gemeenten: Stichting Lezen en Schrijven.

Overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs

Net als de overgang van voor- naar vroegschool is ook de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs een belangrijke schakel voor leerlingen. Een schakel die bovendien kansenongelijkheid kan vergroten óf juist verminderen. De gemeente kan een verbindende schakel zijn in het gesprek tussen de basisscholen en vo-scholen in de gemeente of eventueel de vo-scholen buiten de gemeente als er in de eigen gemeente geen of weinig voortgezet onderwijs is. De handreiking schooladvisering van het ministerie van OCW kan een goede basis zijn voor het overleg.