0- tot 2-jarigen

Alle kinderen vanaf 2,5 jarige leeftijd moeten een ve-aanbod krijgen, vanwege het bekende gegeven dat jong beginnen loont. Onderzoek wijst echter uit dat juist de eerste duizend dagen van een kind cruciaal zijn voor de verdere ontwikkeling gedurende het leven. Door zo vroeg mogelijk, liefst tijdens of al voor deze eerste duizend dagen, ondersteuning te bieden bij beginnende achterstanden kan worden voorkomen dat er op latere leeftijd zwaardere begeleiding nodig is. Dit maakt dat ook aandacht voor de 0-2 jarigen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid relevant is.

Wat moet

In het GOAB zijn er geen verplichtingen voor een aanbod voor de baby’s, niet voor gemeenten en niet voor ve-aanbieders. Wel heeft de gemeente de wettelijke plicht om voorschoolse educatie (ve) te organiseren voor doelgroeppeuters. Deze peuters indiceert de gemeente gedurende de eerste twee levensjaren. Tevens is dit de periode van toeleiding naar het voorschoolse aanbod. In vrijwel elke gemeente is de jeugdgezondheidszorg (JGZ) verantwoordelijk voor de indicatie en toeleiding naar de voorschool. Soms werken zij samen met andere partijen, zoals ve-aanbieders en welzijnsinstellingen.

Hoe doen anderen het?

Ondersteuning aan de jonge ouder: In de gemeente Breda indiceert de jeugdgezondheidszorg kinderen voor het gemeentelijk VVE aanbod vanaf 0 jaar, op basis van de thuissituatie (o.a. opleidingsniveau ouders en of er sprake is van armoede). De gemeente biedt ouders aanbod aan voor thuis en in centrumvoorzieningen, ook is er extra tijd tijdens de consulten met jeugdgezondheidszorg voor gesprekken met ouders. Indien nodig wordt later een aanvullende indicatie afgegeven voor de voorschool. Ouderparticipatie wordt verwacht bij deelname aan VVE, bijvoorbeeld door deelname aan gezinsprogramma’s zoals de VoorleesExpress.

Taalstimulering bij dreumesen: De gemeente Utrecht biedt gerichte en actieve vroegstimulering aan voor doelgroepkinderen in de periode na het afgeven van de VE indicatie door de jeugdgezondheidszorg (bij de leeftijd van 1,5 jaar) en de daadwerkelijke plaatsing en start van VE (2,5 jaar). Hun aanpak ‘Taalaanloop’ is gericht op ouders van kinderen van deze leeftijd. Taalaanloop bestaat op dit moment uit twee verschillende trajecten: ouder-kind groepen en TaalThuisbezoeken. Tijdens het 18 maanden consult worden zowel de VE indicatie als de mogelijkheden van Taalaanloop besproken met ouders. Op deze manier proberen professionals en ouders in Utrecht samen de taalontwikkeling van kinderen zo vroeg mogelijk te stimuleren.

Spelstimulering In de gemeente Arnhem bieden ze het programma De Speelmorgen aan. Dit is een groepsprogramma dat kinderen tot twee jaar en hun ouders wekelijks een dagdeel kunnen volgen. De doelgroep van dit programma is kansarme kinderen met een risico op een ontwikkelingsachterstand en hun ouders. Wanneer de jeugdgezondheidszorg, of een andere professional vermoedt dat een kind later mogelijk een vve-indicatie krijgt, worden de ouders doorverwezen naar De Speelmorgen. Het programma is zo opgezet dat het inhoudelijk aansluit op de vve programma’s van de voorscholen.

VE-programma’s vanaf 0 jaar: Ve-programma’s zoals Piramide en Uk&Puk hebben hun methode uitgewerkt voor de allerjongsten. Bij bijvoorbeeld Kinderopvang Columbus benutten ze zo’n programma: zij vinden dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen. Zij hebben Uk&Puk ingevoerd in alle groepen en bieden daarmee voorschoolse educatie aan 0-4 jarigen.

Weten wat werkt

De eerste duizend dagen
De eerste duizend dagen van een kind blijken cruciaal voor de verdere ontwikkeling. Als een kind een slechte start heeft, kan dit op latere leeftijd leiden tot problemen in de fysieke en mentale, maar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling. Vaak spelen, naast de genetische aanleg, gezondheid en leefstijl van de ouders, ook sociale factoren een belangrijke rol bij een slechte start. Denk aan armoede, een slechte leefomgeving, eenzaamheid en een zwak sociaal vangnet. Voor het investeren in een goede start is het daarom cruciaal een lokaal en regionaal domein overstijgende aanpak te ontwikkelen. Hier lees je meer over het belang van de eerste duizend dagen.

Verschil tussen baby’s en peuters
Ontwikkelingsstimulering voor baby’s werkt anders dan voor peuters. Er zit een enorm verschil tussen de ontwikkelfase van een baby van zes maanden en een peuter van drie jaar. Deze verschillen vragen ook om een andere aanpak. Ook bij baby’s kan een pedagogisch medewerker nadenken over spelletjes en manieren om te ontwikkeling  te stimuleren. De babyhandreiking van het LKK geeft hier concrete tips voor. De onderzoeksresultaten van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang 2020 laten zien dat de educatieve kwaliteit voor baby’s in de kinderopvang lager is dan voor oudere kinderen. Tevens blijkt de educatieve kwaliteit in horizontale groepen hoger dan in verticale groepen. De ontwikkelingsstimulering voor het jongste kind vraagt om een eigen aanpak: in horizontale groepen betekent dat de pedagogisch medewerkers een gedifferentieerde aanpak moet inzetten.

Ouders zijn de sleutel
Uit onderzoek komt naar voren dat voor effectief aanbod voor deze doelgroep, de volgende kenmerken van belang zijn:

  • Een interventie gericht op de ouders kan bij deze doelgroep veel opleveren, met name als het gericht is op betrokkenheid van ouders thuis (zie hier reviewstudie). Bij kinderen van 0-2 jaar speelt daarbij dat ouders ze te jong vinden om naar een (intensief) groepsprogramma te sturen. De ouder samen met zijn of haar kind voor een programma uitnodigen, kan daar de oplossing voor zijn. Dit levert nog een bijkomend voordeel op: onderzoek heeft uitgewezen dat een groepsinterventie voor ouders ook vaak resulteert in een afname van opvoedstress. Praktijkervaringen laten ook zien dat ouders het fijn vinden om bij de groep hun verhaal kwijt te kunnen en nieuwe contacten te leggen.
  • Onderzoek laat zien dat interventies effectiever zijn wanneer ze goed theoretisch onderbouwd zijn, maar dat een voorwaarde voor deze effectiviteit is dat de uitvoerders van de theorie op de hoogte zijn.
  • Uit bovenstaande reviewstudie blijkt ook dat interventies die verschillende methodes inzetten, beter werken dan het inzetten van een enkele methode.

De voorbeelden onder 'Hoe doen anderen het? staan uitgebreider beschreven in het Inspiratieboek voor baby’s en dreumesen. Hier vind je ook meer uitleg over het belang van OAB aanbod voor 0-2 jarigen, kansen voor een integraal beleid, de financiële voorwaarden en meer praktijkvoorbeelden- ervaringen en voorwaardes voor effectiviteit.

Ter inspiratie: bekijk het webinar Een kansrijke start voor baby’s en dreumesen.