Monitor implementatie en besteding gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

Het ministerie van OCW heeft een monitor uitgezet naar de implementatie en besteding van goab-middelen door gemeenten. Sardes en Oberon hebben deze monitor uitgevoerd. Deze vierde meting geeft een landelijk beeld van de stand van zaken ten aanzien van het ve- aanbod van 960 uur voor doelgroeppeuters, de inzet van de pedagogische beleidsmedewerker, de besteding van de goab-middelen door gemeenten en de subsidiëring van voorschoolse educatie.

Uit de monitor volgen een aantal conclusies:

  • Kwaliteitsversterking is succesvol afgerond. De invoering van de urenuitbreiding en de pedagogisch beleidsmedewerker (maatregelen om het aanbod en de kwaliteit van ve te versterken) zijn succesvol afgerond.
  • Veel verschillen tussen gemeenten. Tussen en binnen gemeenten zijn verschillen in toegankelijkheid, bereik, aanbod en kwaliteit zichtbaar.
  • Niet elke gemeente even ruim financieel bedeeld. Het is de vraag of gemeenten voldoende middelen krijgen om stevig ve-aanbod te realiseren voor de doelgroep en of de huidige verdeling van middelen adequaat is.
  • Niet elke ve-aanbieder komt financieel (met subsidie van de gemeente) uit. Ve-aanbieders zijn soms genoodzaakt om andere middelen aan te wenden om hoogwaardig aanbod te verzorgen.
  • De financiële drempels bij ve voor ouders (de toegankelijkheid) verschilt per gemeente en ve-aanbieder.
  • Verschillen in ve-aanbod per gemeente. Dit heeft te maken met de startleeftijd waarop doelgroeppeuters kunnen beginnen met ve en het aantal uren ve dat ze kunnen volgen. Ook zijn er verschillen in de kwaliteit van ve en de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker.

Wil je meer weten over hoe deze conclusies tot stand komen en welke mogelijkheden er zijn om de ve verder te versterken? Download dan hier het rapport.

Delen