Onderzoek

De Inspectie van het Onderwijs heeft onderzocht in welke mate gemeenten hun kwaliteitszorg op orde hebben. Zij concludeerde in de bestandsopname van 2013 over alle OAB-gemeenten dat veel gemeenten niet toekomen aan het systematisch evalueren en verbeteren van hun VVE-beleid: slechts een derde van de gemeenten evalueert en verbetert VVE op gemeentelijk niveau. Bij de andere gemeenten is dat nog een verbeterpunt. Bij de G37 krijgt circa de helft van de gemeenten een voldoende, maar bij de (hele) kleine gemeenten krijgt ongeveer een vijfde deel een voldoende oordeel.

In de praktijk werken enkele gemeenten met een VVE-monitor, die doorgaans vooral gaat over het bereik van VVE. Zo’n monitor wordt meer als verantwoording gebruikt en minder om de kwaliteit van VVE te verbeteren. Een monitor is een van de manieren om VVE op gemeentelijk niveau te evalueren en waar nodig te verbeteren, maar dat kan ook op andere manieren.

Eind 2016 was er in de grote gemeenten al veel verbeterd op dit vlak. Dit is terug te lezen in de eindmonitor van de inspectie over de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar in het VVE-beleid en de uitvoering ervan in de G37. Uit deze Eindmonitor G37 blijkt dat VVE-locaties in de 37 grootste gemeenten goede scores behalen op bijna alle aspecten waar de Onderwijsinspectie op inspecteerde. Ook Oberon concludeert dit in het rapport ‘Inventarisatie en analyse bestuursafspraken VVE G37 ‘. De bestuursafspraken en bijbehorende middelen hebben, zo blijkt uit dit rapport, de inzet van de G37 op VVE sterk gericht op kwaliteitsverbetering. Veel van de ambitieuze streefcijfers zijn in tijdbestek van een paar jaar gehaald.

Uit een enquête onder gemeenten medio 2017 blijkt dat ruim een derde van de gemeenten zegt haar eigen VVE-beleid niet jaarlijks te evalueren. Ruim de helft geeft aan dat er geen sprake is van conclusies voor verbeteringen of aanpassingen van het beleid naar aanleiding van een evaluatie van VVE/OAB-beleid3.

3 Bron: < Peiling CED-Groep bij OAB ondersteuning, mei 2017>.

 

In 2019 onderzocht de Inspectie in 16 gemeenten de uitvoering van toezicht en handhaving. Uit deze pilot concludeert de Inspectie dat gemeenten verschillen in de mate waarin zij zicht hebben op de kwaliteit van vve en kinderopvang, en in de mate waarin zij sturen op verbetering en zich verantwoorden over de kwaliteit. Dat geldt ook voor de houders kinderopvang en schoolbesturen.

Wat partijen onder kwaliteit verstaan, verschilt eveneens. Kwaliteit begint bij de wettelijke eisen, maar gaat ook over het realiseren van eigen doelen en ambities. Veel partijen formuleren nog geen eigen kwaliteitsdoelen of evalueren niet of de eigen ambities worden gerealiseerd. Hoewel de pilotgemeenten grotendeels voldoen aan de wettelijke eisen en daar meestal ook zicht op hebben, liggen er volgens de Inspectie verschillende mogelijkheden voor verdere verbetering. In de pilot komt volgens de Inspectie naar voren dat het een meerwaarde is om toezicht te houden op de proceskwaliteit en de kwaliteitszorg en daar een stimulerend gesprek over te voeren met de gemeente en de andere betrokken partijen.