Toezicht

Er zijn twee organisaties als toezichthouder betrokken bij het toezicht op kinderopvang en VVE. Dat zijn de GGD, die verantwoordelijk is voor het directe en jaarlijkse toezicht, en de Inspectie van het Onderwijs, die meer op de achtergrond actief is en zogeheten ‘risicogestuurd toezicht’ houdt.

GGD

De GGD bezoekt elk jaar alle instellingen voor kinderopvang die vermeld staan in het Landelijk Register Kinderopvang. Ook bezoekt zij nieuwe organisaties voor de opening.

De gemeente  is eindverantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de geregistreerde locaties en voor een juist, actueel en volledig register (LRK). De gemeente geeft de GGD opdracht tot het houden van toezicht en zorgt voor handhaving. Als de GGD tekortkomingen constateert in de basiskwaliteit van de voorschoolse educatie, stuurt zij een afschrift van haar rapport aan de gemeente en naar de onderwijsinspectie. In eerste instantie is de gemeente verantwoordelijk om deze tekortkomingen op te lossen. Zij kan ook besluiten om op basis van deze signalen een onderzoek naar de VVE-kwaliteit te laten uitvoeren door de Inspectie van het Onderwijs.

De GGD beschrijft in de brochure Toezicht en handhaving Kinderopvang van de GGD/GHOR 2019 hoe zij organisaties beoordeelt of hoe organisaties kunnen voldoen aan de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang. De modelformulieren die de GGD gebruikt voor de beoordeling van kwaliteit in kinderopvangorganisaties, buitenschoolse opvang en gastouderopvang zijn te vinden op de website van Rijksoverheid

Om gemeenten en GGD’en richting en houvast te geven bij het toezicht op de kwaliteitseisen met betrekking tot het vaste gezichtencriterium (VGC) en de 3-uursregeling is in juli 2019 door SZW, de VNG en GGD GHOR Nederland een gezamenlijke brief aan gemeenten en GGD’en opgesteld. In deze brief is toegezegd om de in de brief opgenomen lijn, die sinds juli 2019 in de praktijk wordt toegepast, te verwerken in de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang.

De wijziging is met ingang van 11 juli 2020 formeel in werking getreden. Deze gewijzigde beleidsregel treft u hier.


De Inspectie van het Onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en op de uitvoering van de wettelijke taken van gemeenten voor de kinderopvang. Het toezicht is risicogestuurd. Dat wil zeggen dat de Inspectie afgaat op signalen die zij krijgt en op basis daarvan gericht onderzoek doet.

Het Toezicht op de kwaliteit van VVE bestaat uit het voorschoolse deel, het vroegschoolse deel en de taken van gemeenten ten aanzien van VVE. Per 1 augustus zijn de geactualiseerde onderzoekskaders van kracht. Er zijn enkele kleine wijzigingen in het onderzoekskader aangebracht. Het meest in het oog springend is de wijziging in de WEC. Daarin is de norm voor het eindoordeel Zeer zwak aangepast.

Vanaf dit schooljaar 20-21 kijkt de Inspectie op een nieuwe manier of leerlingen genoeg geleerd hebben. De Inspectie kijkt in het nieuwe onderwijsresultatenmodel welke referentieniveaus leerlingen beheersen voor lezen, taalverzorging en rekenen. Daarbij gebruikt ze een nieuwe maat om rekening te houden met de leerlingenpopulatie van een school: de schoolweging, berekend door het CBS.

Ook houdt de inspectie interbestuurlijk toezicht op de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten in het kader van de wet- en regelgeving kinderopvang.