Wet- en regelgeving

Met de komst van de wet OKE op 1 augustus 2010, is de inhoud van het jaarlijks verplicht bestuurlijk overleg uitgebreid.  Artikel 167 van de WPO lid 1b stelt dat Burgemeester en wethouders minstens een keer per  jaar overleg voeren en zorg dragen voor het maken van afspraken over de resultaten van vroegschoolse educatie.  Artikel 167 artikel 2 lid b zegt dat Burgemeester en Wethouders deze afspraken moeten maken met de bevoegde gezagsorganen van scholen. Verder staat dat alle partijen meewerken aan de totstandkoming van de afspraken.

In de memorie van toelichting staat hierover het volgende:
De afspraken op het gebied van vroegschoolse educatie gaan over de resultaten die scholen bereiken op het terrein van vroegschoolse educatie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het aantal kinderen dat een niveau stijgt, het aantal kinderen dat bijvoorbeeld minimaal op niveau C zit of afspraken over de minimale woordenschat aan het einde van groep 2. Het is aan de scholen om voor het bereiken van die resultaten de weg daarnaar toe te kiezen. Afspraken over resultaten zijn verplicht; afspraken over het “hoe” dus niet. Gemeenten en scholen blijven altijd vrij om alsnog afspraken te maken over het ‘hoe’, zoals het soort vve-programma of het aantal leerkrachten voor de groep, organisatie van ouderbetrokkenheid. Daarnaast hebben gemeenten de ruimte om scholen bij deze afspraken te ondersteunen met het geld dat zij ter beschikking hebben voor het onderwijsachterstandenbeleid.

Deel deze pagina: