Hulpmiddelen

Als gemeente moet u gemeentelijk beleid formuleren over de doorgaande lijn. Er moet ten minste jaarlijks overleg zijn tussen de gemeente, de houders en de schoolbesturen en er moeten afspraken zijn gemaakt over wie de doelgroepkinderen zijn voor voorschoolse educatie, de toeleiding, de doorlopende leerlijn en de resultaten van de vroegschoolse educatie.
Om hoge opbrengsten bij kinderen te realiseren is het van belang dat er sprake is van doorlopende leerlijnen en van kwalitatief volwaardige vroegschoolse educatie na het volgen van kwalitatief volwaardige voorschoolse educatie. De gemaakte afspraken over de doorgaande lijn leveren hieraan een bijdrage. 

Op gemeentelijk niveau kijkt de inspectie of de verplichte afspraken gemaakt zijn. Als gemeente kunt u de gesprekken tussen de schoolbesturen en voorschoolse organisaties initiëren en indien nodig kunt u, op de verschillende onderwerpen hieronder aansturen. Voorbeelden zijn: het faciliteren met zaken als professionalisering, het aanstellen van een VVE-coördinator of het (laten) ontwikkelen van een gemeentelijk overdrachtsdocument.

Coördinatie VVE

Aangeraden wordt om binnen elke voor- en vroegschool een VVE-coördinator aan te laten stellen. Deze coördinator is verantwoordelijk voor het leggen en onderhouden van contacten met de voor- en vroegschool en onderneemt gerichte activiteiten om de doorgaande lijn zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Pedagogisch klimaat en het educatief handelen

De voor- en de vroegscholen moeten het pedagogisch klimaat en het educatief handelen op elkaar afstemmen. Belangrijk hierbij is dat de voor- en vroegschool werken met hetzelfde VVE-programma of dat hun aanbod aantoonbaar (en parallel) op elkaar is afgestemd. SLO heeft aanbodsdoelen ontwikkeld waarmee de voor- en vroegscholen onder andere hun doorgaande lijn kunnen versterken en op die manier een bijdrage leveren aan het verlagen van de ontwikkelingsdrempels.

Dezelfde aanpak richting ouders

De voor- en vroegscholen stemmen de activiteiten gericht op ouderbetrokkenheid op elkaar af. Belangrijkste element hierbij is dat de (voor)scholen de ouders informeren over hoe zij de ontwikkeling van hun kinderen kunnen stimuleren. Hierbij is eenduidigheid tussen beide organisaties van belang en dit vraagt om goede afstemming.

Interne begeleiding en zorg

Als gemeente formuleert u beleid over de doorstroom van de voor- naar een vroegschool. De voorschool evalueert of er daadwerkelijk voldoende kinderen goed doorstromen naar een vroegschool. Hulpmiddel bij de overdracht van de voor- naar de vroegschool kan een overdrachtsdocument zijn en afspraken over een warme overdracht. Als gemeente kunt u er voor kiezen gemeentebreed gebruik te maken van een standaard overdrachtsdocument. Hierin zijn de belangrijkste gegevens opgenomen, namelijk of een kind VVE geïndiceerd is, het ontwikkelingsniveau van het kind, welk VVE-programma wordt gebruikt, hoe lang deze gevolgd is, en informatie over de zorg en begeleiding. Een ander hulpmiddel is een observatie- of kindvolgsysteem. Als gemeente kunt u over het gebruik hiervan afspraken maken met voorschoolse instellingen en het basisonderwijs. Daarnaast kun u de aanschaf en training faciliteren voor het gebruik van een observatie- of kindvolgsysteem.

Bij alle bovenstaande onderwerpen is het belangrijk dat u als gemeente zorg draagt voor het maken van duidelijke afspraken tussen de scholen en voorschoolse voorzieningen, en dat deze afspraken vastgelegd en regelmatig geëvalueerd worden. Als gemeente speelt u hierbij vooral een initiërende en faciliterende rol, bijvoorbeeld door professionalisering en/of het beschikbaar stellen van materiaal.

Checklist Doorgaande lijn, Sardes (in opdracht van de gemeente Haarlem)