Taalniveau 3F

Bij jonge kinderen is de taalontwikkeling in volle gang. Die ontwikkeling verloopt spontaan, maar goede interactie is daarbij onontbeerlijk. Kinderen leren van elkaar en vooral ook van de volwassenen waarmee zij omgaan.

Die volwassenen, zoals ouders, pedagogisch medewerkers en leerkrachten, vervullen een cruciale rol. Zij vormen voor kinderen een rolmodel waaraan zij hun eigen taalgebruik spiegelen. Doelgroepkinderen worden van huis uit vaak onvoldoende gestimuleerd in hun taalontwikkeling. Voor hun taalontwikkeling zijn deze kinderen voor een groot deel afhankelijk van hun pedagogisch medewerker. Daarom is het belangrijk dat pedagogisch medewerkers in de VVE-sector de Nederlandse taal goed machtig zijn. Alleen dan kunnen de pedagogisch medewerkers de kinderen rijke en correcte taal aanbieden die ze nodig hebben. Daarnaast helpt een rijke taalvaardigheid bij het geven van feedback tijdens gesprekken met de kinderen. Ook bij de communicatie met ouders en collega’s is een goede taalvaardigheid van belang.

Uit verschillende bronnen (opleidingen, toezichthoudende instanties, ouders, de media en experts) wordt vernomen dat het taalniveau van een deel van de pedagogisch medewerkers eigenlijk niet toereikend is voor de belangrijke taak die zij te vervullen hebben. Goede onderzoeksresultaten op dit thema zijn echter niet voorhanden. Vanwege het belang van een taalaanbod van zo hoog mogelijke kwaliteit worden de taaleisen voor VVE en voor reguliere peuter- en kinderopvang aangescherpt. (zie onder ‘Wet- en regelgeving’).