Algemene informatie

Als kinderen deelnemen aan een voorschoolse voorziening van goede kwaliteit levert dat een wezenlijke bijdrage aan een goede start van hun schoolloopbaan. Gemeenten moeten zich inspannen  om alle peuters gebruik te laten maken van een voorschoolse voorziening.  Het ministerie van Sociale Zaken stelt extra middelen ter beschikking om het voor alle peuters tussen 2,5 en 4 jaar mogelijk te maken om een voorschoolse voorziening te bezoeken.
Daarnaast hebben gemeenten afgelopen jaren hard gewerkt aan een intensief VVE-aanbod voor alle doelgroepkinderen. Daardoor wordt een heel groot deel van de kinderen die voor VVE in aanmerking komen inmiddels bereikt.

Om het bereik op peil te houden of te verbeteren, is het belangrijk om goede samenwerkingsafspraken tussen kinderopvang, JGZ en gemeente te maken en om te stimuleren dat en controleren of ze worden nageleefd. 

Een monitor kan helpen om het totale proces in beeld te brengen en om de samenwerkingsafspraken te ondersteunen. Een monitor laat bijvoorbeeld het aantal gesignaleerde doelgroepkinderen zien, en brengt ook doorverwijzingen, plaatsing op de voorschool en doorstroming naar de vroegschool in kaart. In de monitor zijn gegevens opgenomen over oorzaken voor non-bereik.

Naast goede samenwerkingsafspraken en een monitor is het ook belangrijk dat er en op ouders afgestemde toeleidingsactiviteiten zijn. Een goed uitgevoerd VVE-programma en goede pedagogisch medewerkers op de groep zijn de beste reclame voor de voorschool, en dus de beste toeleidingsactiviteit.

De huidige uitdagingen zijn het realiseren van een dekkend VVE-aanbod in gemeenten met kleine kernen en bij verschillende gemeenten het opzetten van een goed monitoringssysteem. 

Deel deze pagina: