Wet- en regelgeving

De wet schrijft voor dat er afspraken gemaakt worden en er is ook bepaald dat er jaarlijks overleg moet plaatsvinden met de schoolbesturen en aanbieders van voorschoolse educatie. Feitelijk zijn er geen wettelijke eisen aan gemeenten om hun VVE-beleid systematisch te evalueren en te verbeteren. Uiteraard is het wel zinvol om deze gemaakte afspraken regelmatig tegen het licht te houden. Verder is er de verplichting voor gemeenten om een voldoende aanbod VVE te bieden (WPO artikel 166) en om toezicht te houden op VVE in de peuterspeelzalen en kinderopvang. Dit laatste gebeurt – in opdracht van de gemeente - door de GGD die de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie toetst.

Toetsing door de Inspectie van het Onderwijs
De Inspectie van het onderwijs toetste de afgelopen jaren bij gemeenten die OAB-middelen ontvangen de wijze waarop ze hun VVE-beleid evalueren. In het waarderingskader VVE van de Inspectie werd dit benoemd bij het onderdeel: “1c Systematische evaluatie en verbetering van VVE op gemeentelijk niveau”.

'De gemeente dient het eigen VVE-beleid, de afspraken, de uitvoering en de resultaten regelmatig (jaarlijks) te evalueren. Deze jaarlijkse evaluatie wordt vastgelegd en kan leiden tot conclusies voor verbeteringen of aanpassingen van het beleid. Sommige gemeenten zetten een monitor in om het VVE-beleid, het bereik en de resultaten jaarlijks in kaart te brengen. Dit kan een monitor zijn van de eigen onderzoeksafdeling. Sommige gemeenten kiezen echter voor het inzetten van een onafhankelijk extern bureau.
Criteria
a) Het VVE-beleid en/of de afspraken met partners over de uitvoering van VVE worden jaarlijks geëvalueerd;
b) Over de bevindingen uit de evaluatie wordt gerapporteerd;
c) Verbeterpunten worden benoemd en opgenomen in plannen voor komende jaren.'

In het nieuwe onderzoekskader van de Inspectie dat geldt vanaf augustus 2017, maakt de Inspectie strikter onderscheid tussen wettelijke aspecten en niet-wettelijke aspecten. Voor dit niet-wettelijke aspect is de terminologie daarom minder streng geworden (“dient” is “kan” geworden).

'De gemeente kan het eigen VVE-beleid, de afspraken, de uitvoering en de resultaten regelmatig (jaarlijks) evalueren. Deze jaarlijkse evaluatie kan worden vastgelegd en kan leiden tot conclusies voor verbeteringen of aanpassingen van het beleid. Sommige gemeenten zetten een monitor in om het VVE-beleid, het bereik en de resultaten jaarlijks in kaart te brengen. Dit kan een monitor zijn van de eigen onderzoeksafdeling. Sommige gemeenten kiezen echter voor het inzetten van een onafhankelijk extern bureau.'

Voor de meeste gemeenten zullen de criteria van de Inspectie evengoed leidend blijven, een rapport van de Inspectie wordt immers openbaar en kan tot (raads)vragen leiden aan het gemeentebestuur.

Deel deze pagina: