Q&A

Heeft u ook een vraag? U kunt ons hier mailen.

 

Kan OCW een handreiking aanreiken waarmee gemeenten de doelgroep kunnen bepalen (volgens de nieuwe gewichtenregeling)?

OCW gaat niet over de doelgroepbepaling door gemeenten/scholen (we leggen dit niet van bovenaf op). Het gaat namelijk om lokaal maatwerk. Gemeenten en scholen bepalen zelf de doelgroep waarvoor ze het geld willen inzetten. Voor 'good practices' m.b.t. doelgroepdefinitie kan verwezen worden naar het ondersteuningstraject.

Is vve geschikt voor elke vorm van taalachterstand?

Dit is een al oudere discussie die nog steeds actueel blijkt. De ervaring leert dat er heel wat gemeenten zijn waar VVE als panacee wordt gebruikt voor alle peuters waar iets mee aan de hand is, variërend van logopedische problemen tot situaties in multi-probleemgezinnen waarvoor een SMI-indicatie wordt afgegeven. Vervolgens komt een peuter dan in aanmerking voor VVE.

‘Met de term ‘doelgroepkinderen’ zouden alleen de kinderen bedoeld moeten worden die een taalachterstand in het Nederlands hebben die veroorzaakt is door onvoldoende taalaanbod in het
Nederlands. Een taalachterstand kan ook veroorzaakt worden door een spraak- of
taalontwikkelingsstoornis. Kinderen met deze stoornissen behoren niet tot de doelgroep van VVE.

De verwijzing naar centrumgerichte VVE-programma’s kan beter gestroomlijnd worden, door:
• de onduidelijkheden over het begrip taalachterstand weg te nemen. De oorzaak van de
taalachterstand is richtinggevend voor de verdere verwijzing. Het gaat hierbij om het
onderscheid tussen onvoldoende blootstelling aan het Nederlands en een spraak- of
taalontwikkelingsstoornis.
• de definitie van de doelgroep voor VVE-deelname aan te scherpen. Bijvoorbeeld
kinderen met taalontwikkelingsstoornissen of ernstige opvoedingsproblemen worden
in eerste instantie niet naar VVE verwezen.’

Meer informatie:
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE): rol van de jeugdgezondheidszorg; Leiden, TNO 2007

 
Blijft de gewichtenregeling bestaan?


Waarschijnlijk niet. Het Ministerie van OCW heeft het CBS gevraagd om te onderzoeken of er indicatoren zijn die het risico op en het voorkomen van onderwijsachterstanden beter kunnen voorspellen dan het opleidingsniveau van de ouders. Dat blijkt het geval. Een samenhangende set indicatoren, waaronder ook het opleidingsniveau van de ouders, blijkt betere resultaten op te leveren.

De indicatoren zijn:
• Opleidingsniveau ouders
• Het land van herkomst  van de ouders
• Het aantal jaar dat de moeder in Nederland woont
• Gemiddeld opleidingsniveau van de moeders van de basisschool
• Of ouders in schuldsanering zitten

Door het analyseren van (openbare) bestanden is het mogelijk om per school en per gemeente de omvang van (het risico op) onderwijsachterstanden te voorspellen. De indicatoren wijzen niet naar individuele kinderen maar naar het relatieve aandeel van de achterstand op deze school of in deze gemeente, ten opzichte van andere.

Consequenties
De gewichtenregeling wordt gebruikt om de OAB-middelen voor scholen en gemeenten te verdelen. De ‘CBS-indicatoren zouden kunnen leiden tot een andere verdeling.
Ook zullen gemeenten hun doelgroepdefinitie moeten herijken en bezien of de gehanteerde criteria in voldoende mate aansluiten bij de indicatoren die het CBS gebruikt en of dat gewenst is.


Meer informatie:

Posthumus, H, e.a. (2016) Herziening gewichtenregeling voor primair onderwijs, fase 1. Den Haag: CBS
Posthumus, H, e.a. (2017) Herziening gewichtenregeling voor primair onderwijs, fase 2. Den Haag: CBS
Kooiman, P. (2017) De financiering van het onderwijsachterstandenbeleid, in ‘Nieuwe ronde, gelijke kansen (pag 17 – 22); Sardes Special nr 20 , Utrecht

Deel deze pagina: