Onderzoek

Doelgroepdefinitie: keuze van gemeenten

In 2011 is onderzoek gedaan bij alle OAB-gemeenten met de vraag welke doelgroepdefinitie zij gebruiken. De meeste gemeenten hanteren een ruimere definitie dan de gewichtenregeling. De beoordeling (indicering) of een peuter tot de doelgroep behoort wordt in bijna alle gemeenten gedaan door het consultatiebureau (CB/JGZ).

De instrumenten die worden gebruikt om te weten of een peuter aan de doelgroepcriteria voldoet, zijn heel divers en lang niet allemaal valide. Het is bovendien niet aannemelijk dat de medewerkers (artsen/verpleegkundigen) van de consultatiebureaus het gebruikte instrument op dezelfde wijze toepassen. Dit betekent dat er onvoldoende inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid bestaat waardoor hetzelfde kind door de ene medewerker wel en door de andere niet als doelgroepkind  wordt aangemerkt.

 

Zijn de gebruikte instrumenten een goede voorspeller van taal- en/of ontwikkelingsachterstand?


ITS en het Kohnstamm-instituut hebben hier in 2015 onderzoek naar gedaan.  De onderzoekers constateren dat het voor de medewerkers van het CB die de indicatie moeten afgeven zeer ingewikkeld is om de indicatoren (die tussen gemeenten die ditzelfde CB bedient, erg kunnen verschillen) toe te passen op  kinderen met zeer uiteenlopende problematiek. Daarnaast is er de vraag of de gebruikte instrumenten geschikt zijn. Veelgebruikte instrumenten zijn het van Wiechenonderzoek, SNEL en GMS (taalontwikkeling), de RIVM-omgevingsanalyse  en de thuistaal (taalomgeving). Ook worden sociale indicatoren gebruikt (etniciteit, sociaalpedagogisch klimaat).
‘De indicatiestelling is mede gebaseerd op de uitkomsten van uiteenlopende screeningsinstrumenten en wordt meestal vastgelegd in protocollen. Deze instrumenten zijn echter niet ontwikkeld voor het doel waarvoor ze hier worden ingezet (de VVE-indicatie) en ook niet op hun betrouwbaarheid en validiteit onderzocht, dan wel ze voldoen niet aan de gangbare normen.‘

In de afgelopen jaren is door onderzoekers van de UU een nieuw instrument ontwikkeld (VLOT) dat  wel is gevalideerd. Het is gebleken dat VLOT een betrouwbaar en valide screeningsinstrument is, met goede gevoeligheid en precisie. Het eindrapport van het valideringsonderzoek verschijnt naar verwachting begin 2018.

 

Meer informatie

Landelijke Monitor VVE 2011; S. Beekhoven, IJ. Jepma, P. Kooiman. Utrecht Sardes 2011

Driessen, G; Veen, A.; Dalen, M. van; e.a., 2015, VVE-doelgroepkinderen in de voorschoolse fase; Kohnstamminstituut/ITS; Nijmegen

Deel deze pagina: