Wet- en regelgeving

Er zijn geen wettelijke verplichtingen als het gaat om gemeentelijk ouderbeleid. De meeste gemeenten hebben zich in meer of mindere mate wel ingezet voor gemeentelijk ouderbeleid. Gemeenten hebben samen met de instellingen gewerkt aan de doelen en aan de vormgeving van gemeentebreed ouderbeleid, Daarbij waren onderstaande kwaliteitsindicatoren van de inspectie vaak richtinggevend:
1. Is er ouderbeleid op gemeentelijk niveau met een analyse van de ouderpopulatie?
2. Is er beleid over hoe en waarover de ouders vooraf worden geïnformeerd?
3. Hoe is de intakeprocedure bij aanmelding op de voorschool?
4. Op welke manier wil men dat ouders participeren in de voor- of vroegschool van hun kind?
5. Op welke manier wil men dat ouders thuis meedoen aan VVE?
6. Hoe worden de ouders geïnformeerd over de ontwikkeling van hun kind?
7. In welke mate wordt rekening gehouden met de thuistaal?

In het nieuwe onderzoekskader van de Inspectie dat geldt vanaf augustus 2017, maakt de Inspectie strikter onderscheid tussen wettelijke aspecten en niet-wettelijke aspecten. De niet-wettelijke aspecten zijn onderverdeeld in basiskwaliteit en eigen aspecten van kwaliteit.  Bij ‘ouders’ zijn er aanwijzingen voor eigen aspecten van kwaliteit:

Het is van belang dat een gemeente actieve participatie van ouders van doelgroeppeuters inzet als instrument om achterstanden van peuters te voorkomen of te verminderen. Hiervoor is het belangrijk dat de gemeente concreet beleid ontwikkelt, waarin is aangegeven welke doelen de gemeente nastreeft op het gebied van ouderparticipatie, op welke wijze de gemeente deze doelen wil verwezenlijken (inclusief financiering/subsidiering), welke instellingen hierbij betrokken zijn en welke concrete resultaten de gemeente verwacht te behalen, om na te gaan of de doelen behaald zijn.  Voor het inzetten van effectief beleid is het wenselijk dat de gemeente een heldere analyse heeft van de ouderpopulatie die zij wil bereiken met haar beleid.  Het gaat hier expliciet om gemeentelijk beleid. Ouderactiviteiten die door een gemeente worden geïnitieerd, kunnen onderdeel uitmaken van het beleid en op die manier de doelen van dat beleid realiseren.


Voor de meeste gemeenten zullen de criteria van de Inspectie evengoed leidend blijven, een rapport van de Inspectie wordt immers openbaar en kan tot (raads)vragen leiden aan het gemeentebestuur.

Eisen voor aandacht voor samenwerken met ouders is wel vastgelegd in het gewijzigde Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, in verband met aanscherping van kwaliteitseisen aan beroepskrachten voor voorschoolse educatie (Staatblad 26 april 2017). Deze kwaliteitseisen gaan vanaf 1 januari 2018 in. Ten eerste moeten beroepskrachten die starten in de voorschoolse educatie-sector als onderdeel van hun beroepsopleiding specifieke scholing op het gebied van voorschoolse educatie hebben gevolgd in de vorm van een keuzedeel. Het keuzedeel moet gericht zijn op het bij brengen van kennis en vaardigheden op een aantal thema’s. Een van de thema’s is: het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. Dit thema is ook opgenomen als een van de onderdelen van een bewijs van scholing voorschoolse educatie voor de bestaande beroepskrachten. Ten slotte is vanaf 1 juli 2018 de verplichting opgenomen om het ouderbeleid te beschrijven in het pedagogisch beleidsplan over voorschoolse educatie.

Deel deze pagina: